Corporate Social Responsibility

Ons Corporate Social Responsibility-statement laat zien hoe wij onze maatschappelijke verantwoordelijkheid invullen. Met het CSR-statement willen we belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals veiligheid en integriteit in het DNA van de medewerkers van het Havenbedrijf Rotterdam verankeren. Met het statement geven we richting aan ons handelen en maken we dilemma’s in de dagelijkse praktijk beter bespreekbaar.

Het CSR-statement luidt:

'Wij werken aan een vitale toekomstbestendige haven waarin economische versterking hand in hand gaat met verbetering van de leefomgeving. Wij doen ons werk op een maatschappelijk verantwoorde manier, met respect voor mens en milieu. Onze inspanningen zijn gericht op de haven en op onze eigen organisatie. De thema’s Veilige & Gezonde Omgeving, Klimaat & Energie en Mens & Werk zijn daarbij leidend.'

CSR-verantwoordelijkheden

CSR is in de business geïntegreerd en elke manager is verantwoordelijk voor CSR in zijn functiegebied. Daarnaast heeft CSR een expliciete plaats in onze organisatie:

  • De CEO is binnen de Algemene directie portefeuillehouder voor CSR.
  • De afdeling Environmental Management heeft een coördinerende en stimulerende rol met betrekking tot CSR-ontwikkelingen en bewaakt organisatiebreed de samenhang van de CSR-inzet.
  • Binnen de afdeling Environmental Management is er een programmamanager CSR die het CSR-statement uitdraagt en de afdelingen stimuleert en ondersteunt bij hun CSR-verantwoordelijkheid.
  • Er is een kernteam CSR, bestaande uit de CEO en de managers van de afdelingen Environmental Management, Communications & External Affairs en Human Resources. Dit kernteam bewaakt het CSR-bewustzijn binnen het bedrijf.

Het CSR-statement is gebaseerd op de kernactiviteiten van het Havenbedrijf Rotterdam, de belangen en interesses van onze stakeholders en internationale CSR-raamwerken, zoals United Nations Global Compact (UNGC), de OESO-richtlijnen en de UN Sustainable Development Goals (SDG’s). Onder Sustainable Development Goals staat aangegeven hoe het Havenbedrijf Rotterdam bijdraagt aan deze mondiale maatschappelijke doelen. De principes van UNGC over mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu en anticorruptie staan ook in onze bedrijfscode.

Ketenverantwoordelijkheid

Naast onze twee statutaire doelen nemen wij op verschillende manieren verantwoordelijkheid om het beter functioneren van de keten rondom onze kernactiviteiten te beïnvloeden. Onze keten ziet er als volgt uit:

De rol die wij in de keten vervullen, is onder andere afhankelijk van de relatie tussen een ketenvraagstuk en onze kernactiviteiten. Ook de maatschappelijke impact van een ketenvraagstuk en onze beïnvloedingsmogelijkheid zijn relevant voor onze rol in een ketenvraagstuk. In 2017 vulden we onze verantwoordelijkheid op verschillende plaatsen in de keten in. Voorbeelden hiervan zijn:

A – Haven

  • Voortrekkersrol bij de energietransitie van de havenindustrie;
  • Vergroting van bewustwording en weerbaarheid met betrekking tot cybersecurity van bedrijven in de haven.

B – Transport naar haven via zeeschepen

  • Veilige en vlotte afhandeling scheepvaart;
  • Kortingen voor schone scheepvaart, zoals ESI en Green Award;
  • Lobby voor CO2-reductieplan zeevaart;
  • Europese lobby voor SECA/NECA (Sulphur Emission Control Area en Nitrogen Emission Control Area);
  • Het bevorderen van LNG als scheepsbrandstof, waarvoor we een samenwerking zijn aangegaan met SEA/LNG.

C – Transport naar achterland via weg, spoor of binnenvaart

D – Ruw materiaal (lading)

Door de handel en doorvoer van goederen via Rotterdam en de internationale havenontwikkeling, kan de haven betrokken raken bij ethische kwesties elders in de wereld. Als Havenbedrijf Rotterdam zijn wij hier niet direct bij betrokken. Onze betrokkenheid komt voort uit onze relaties met klanten en verladers die elders in de wereld zaken doen. In OESO-termen: ‘business relations causing an adverse impact’. Bij eventuele ethische kwesties in onze keten, werken wij samen met andere partijen om de verduurzaming van ketens te beïnvloeden. Zo zijn wij aangesloten bij Bettercoal dat zich inzet voor een verantwoorde manier van kolendelving. Door deze manieren van samenwerking handelen wij in lijn met de OESO richtlijn ‘Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct’.

CSR in de inkoopketen

Wij hanteren bij onze aanbestedingen het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. Daarin vullen aannemers een eigen verklaring in die toeziet op uitsluitingsgronden, zoals veroordelingen voor witwassen, fraude, (financiering van) terrorisme, kinderarbeid, mededingingsbeperkende maatregelen et cetera. We hebben de mogelijkheid om partijen uit te sluiten die zich onvoldoende hebben geconformeerd aan deze codes. Eventuele overtredingen van wetgeving kunnen leiden tot aanscherping van contractsbepalingen. Verder vragen wij bij selectie van onze aannemers naar VCA (Veiligheids Checklist Aannemers) en ISO 14001 (milieuzorg).

Veiligheid bij aanbestedingen

Voor de werken die wij hebben aanbesteed, zijn op basis van de gestandaardiseerde methode RAW 2015 (Rationalisatie en Automatisering Grond-, Weg-, en Wegenbouw) en UAV 2012 (Uniforme Administratieve Voorwaarden) eisen over veilig werken door de aannemer van toepassing. Dit omvat onder andere de eis van een Veiligheids- en Gezondheidsplan. Daarnaast ontvangt het Havenbedrijf Rotterdam meldingen van ongevallen op werken en haalt hier lessons learned uit. Tenslotte voeren wij zogenaamde Safety Walks uit op uitvoeringswerken, gericht op het verhogen van de veiligheid. Het management dat de werken laat uitvoeren, heeft veiligheid opgenomen in haar managementrapportages. Bij zeer ernstige ongevallen wordt dit gerapporteerd aan de directie van het Havenbedrijf Rotterdam. In geval van fatale ongevallen waar wij de rol van opdrachtgever vervullen, wordt er zelfstandig onafhankelijk onderzoek uitgevoerd. Daarnaast is in 2017 het gesprek aangegaan met onder andere aannemers om gezamenlijk veiligheid een prominentere plek te geven in aanbestedingen om op bredere schaal de veiligheid te vergroten.

Dilemma: Steenkool

Steenkool komt in de Rotterdamse haven binnen en gaat na overslag op weg naar het achterland. Gebruik van steenkool in diverse processen leidt tot een aanzienlijke uitstoot van CO2.

Wat vinden stakeholders?
Een groep natuurorganisaties riep in november 2017 de Rotterdamse gemeenteraad op het leasecontract met EMO niet te verlengen. En binnen de Rotterdamse gemeenteraad steunde een meerderheid een motie met daarin het verzoek aan het college van burgemeester en wethouders om in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam een plan te maken voor de afbouw van de kolenoverslag in een tempo dat in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs. Voorstanders van de motie willen steenkool zo snel mogelijk uitfaseren uit het energiesysteem.

Wat vindt het Havenbedrijf Rotterdam?
Het Havenbedrijf Rotterdam onderschrijft het klimaatakkoord van Parijs volledig en spant zich in om de uitstoot van CO2 te reduceren in lijn met de ambities van Nederland en Europa. Zo wil het Havenbedrijf Rotterdam in lijn met de nationale doelstellingen de uitstoot van CO2 in het haven- en industriegebied in 2030 ten opzichte van 1990 met 49% verlagen. In onze strategie maken fossiele ladingsoorten geleidelijk plaats voor duurzame energie en nieuwe markten. In de tussentijd respecteren we de afspraken die we maakten met onze klanten en behouden deze hun waarde voor de economie en werkgelegenheid.

Het overgrote deel (85%) van de kolen dat in Rotterdam wordt overgeslagen, is bestemd voor Duitsland. Ze zijn nodig voor de productie van staal en als voeding voor elektriciteitscentrales. Duitsland heeft ervoor gekozen om kerncentrales uit bedrijf te nemen en ook bruinkool uit te faseren. Daarom zijn kolen in Duitsland voorlopig nog hard nodig. Wel is het de verwachting dat de vraag naar kolen in de toekomst afneemt. Ook Duitsland heeft het klimaatakkoord van Parijs ondertekend en de nieuwe (beoogde) coalitie van CDU/CSU en SPD wil nog in 2018 met een actieplan komen voor de uitfasering van kolen in de opwekking van energie, inclusief einddatum en concrete maatregelen om dit proces in goede banen te leiden.

Zolang de Duitse industrie nog kolen wil importeren, maar de doorvoer eventueel niet langer via Rotterdam kan gaan, verschuift de aanvoer naar andere havens. Daarmee schiet het klimaat niets op, maar verliest Rotterdam wel marktaandeel en veel arbeidsplaatsen. Het Havenbedrijf Rotterdam is er daarom voorstander van om op termijn de afhankelijkheid van kolen te verminderen. Dat betekent: investeren in de groei van renewables en in een technologie die staalproductie mogelijk maakt, zonder de inzet van kolen, of de uitstoot van CO2.

Het contract met EMO kent een bepaling die de terminal eenzijdig het recht op een verlenging van het contract met 25 jaar. EMO heeft aangegeven van die optie gebruik te maken en op basis daarvan is het contract in 2018 de facto verlengd. Een oproep om kolenoverslag in Rotterdam te ontmoedigen via een eenzijdige verhoging van havengelden is volgens het Havenbedrijf Rotterdam juridisch niet haalbaar maar ook onwenselijk aangezien een dergelijk middel de haven treft, maar geen invloed heeft op het gebruik van kolen.