Energietransitie faciliteren

Een veelvoud van initiatieven moet uiteindelijk leiden tot een succesvolle energietransitie. We investeren nu onder meer in een energie-infrastructuur voor warmte, stoom, elektriciteit en CO2. Bijvoorbeeld door restwarmte van de industrie te leveren als stadsverwarming voor huishoudens in Rotterdam, Den Haag en Leiden. Daarnaast stimuleren wij schone scheepvaart (door het gebruik van schone brandstoffen zoals, LNG, walstroom en het geven van kortingen voor schone schepen) en bieden wij ruimte voor duurzame energie (zon, wind). Wij dragen zo bij aan versterking van het vestigingsklimaat voor de industrie, het meer energie-efficiënt worden van het industriegebied en het verminderen van de uitstoot van CO2 en NOx.

In het kort zetten wij in op:

  • de meest efficiënte energie-infrastructuur;
  • ontwikkelen van nieuwe markten (duurzame energieproductie, biobased chemie en circulaire industrie);
  • ruimte bieden aan hernieuwbare energie;
  • schone scheepvaart (stimuleren van walstroom, schone brandstoffen en voorzieningen voor LNG);
  • lage footprint van logistieke ketens;
  • verbeteren van onze eigen footprint.

Programmatische aanpak energietransitie

Sinds 2014 werkt het Havenbedrijf Rotterdam volgens een programmatische aanpak aan de energietransitie. Dit omvat verschillende deelprojecten op het gebied van stoom, stroom, CO2 en warmte. Het plan streeft in 2020 naar een energiebesparing van 20 petajoule en een verlaging van de CO2-uitstoot van ruim één miljoen ton per jaar.

Energiebesparing is samen met hernieuwbare energie de basis voor een duurzame energievoorziening, gericht op besparing van fossiele brandstoffen en het verminderen van CO2. De benutting van restwarmte uit de industrie is een kansrijke optie voor grootschalige energiebesparing. De Rotterdamse haven heeft in totaal een overschot van warmte van 12,5% van de totale Nederlandse warmtevraag.

Bij het realiseren van de verbindende transportinfrastructuur neemt het Havenbedrijf Rotterdam de rol van facilitator van het proces voor zijn rekening. Daarnaast jagen we de investeringen aan, vooral voor projecten in het havengebied of met een direct belang voor de haven. Wij meten onze resultaten op dit gebied aan de hand van de voortgang van investeringsbeslissingen ter bevordering van de energie-infrastructuur.

Expertpanel Energietransitie

Het Havenbedrijf Rotterdam wil de haven van Rotterdam ontwikkelen tot de plaats waar de energietransitie vorm krijgt. Twee experts geven hun mening over deze belangrijke ambitie.

Lees meer over de panels

Restwarmte van de raffinagesector

Een studie van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) toont aan dat raffinaderijen in ons land potentieel tussen de 8,5 en 17,5 Petajoule per jaar aan overtollige warmte kunnen leveren voor gebruik in huishoudens, glastuinbouw, kantoren en bedrijven. Hierdoor dringen we het gebruik van aardgas aanzienlijk terug.

De VNPI voerde deze studie uit in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam en de Gasunie. Gebruikte data waren afkomstig van de raffinaderijen van BP, ExxonMobil, Gunvor, Shell en Zeeland Refinery. Het is voor het eerst dat de aanbodzijde van warmte vanuit de raffinagesector zo helder in beeld is gebracht. De beschikbare warmte verdwijnt nu in koelwater en naar de lucht via de schoorsteen. Als we die gebruiken in warmtenetten, bespaart dat de inzet van aardgas voor ongeveer 230.000 tot op termijn 420.000 huishoudens. Potentieel leidt dat weer tot een teruggang in CO2-uitstoot.

Hoofdinfrastructuur warmtenet Zuid-Holland krijgt vorm

De provincie Zuid-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam, de Gasunie, Eneco en het Warmtebedrijf Rotterdam vormen de Warmtealliantie Zuid-Holland. De partners werken aan een regionaal warmtesysteem: een hoofdinfrastructuur met onafhankelijk netbeheer waar alle partijen warmte aan kunnen leveren en van kunnen afnemen. Via distributiebedrijven gaat de warmte uiteindelijk naar huishoudens, tuinders en bedrijven. De alliantie ziet voldoende kansen om stedelijk gebied en een deel van het kassengebied aan te sluiten op een regionaal warmtesysteem. Dit betekent op jaarbasis een reductie van circa twee miljoen ton CO2.
Momenteel zitten we in een verkennende fase om tracés te vergelijken. In 2018 worden de systeemanalyses afgerond en werken we met de partners toe naar een investeringsbeslissing.

Afvang, hergebruik en opslag van CO₂

Naast hergebruik van restwarmte en –stoom is het reduceren van de CO2-uitstoot nodig. Zolang we nog niet zonder fossiele brandstoffen kunnen, blijft het haven- en industriecomplex grote hoeveelheden CO2 uitstoten. Het Havenbedrijf Rotterdam ziet afvang, hergebruik en opslag als een praktische oplossing om op korte termijn de uitgestoten hoeveelheid CO2 in het havengebied te reduceren. Hergebruik vindt op kleine schaal al plaats binnen OCAP, dat CO2 vanuit Shell Pernis opvangt en levert aan de glastuinbouw in het Westland.

Het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD) stopte in 2017. Dit betekent niet het einde van Carbon Capture & Storage. Vooral olieraffinaderijen en de chemiesector beschikken nog over onvoldoende hernieuwbare of circulaire alternatieven. Met afvang en opslag van CO2 krijgen deze economisch en maatschappelijk belangrijke sectoren mogelijkheden om de CO2-uitstoot te verminderen. Het Havenbedrijf Rotterdam, de Gasunie en Energiebeheer Nederland (EBN) verkennen samen het realiseren van een basisinfrastructuur voor het verzamelen en transporteren van CO2 in het Rotterdamse havengebied (vooropslag in (lege) gasvelden onder de Noordzee). Het opzetten van deze ringleiding (of ‘backbone’) en opslaginfrastructuur als een ‘collectieve voorziening’ kan ingezet worden voor een CO2 afvang ter grootte van 2 tot 5 megaton per jaar.

Ruimte voor duurzame energieproductie

De wereldwijde investeringen in duurzame energieproductie nemen toe. Dit biedt kansen voor Rotterdam. De productie geeft innovatie een impuls en brengt nieuwe economische activiteit en werkgelegenheid voor de haven en regio met zich mee.

70 ha nieuw land voor vooral offshore wind

Voor de ontwikkeling van een Offshore Center voor windenergie op zee, decommissioning (ontmanteling van olie– en gasplatforms) en de ‘olie & gas’-markt creëert het Havenbedrijf Rotterdam 70 ha land op Maasvlakte 2. Er is concrete belangstelling van verschillende bedrijven voor een dergelijk centrum met gedeelde voorzieningen.

Partner in North Sea Wind Power Hub-consortium

Het Havenbedrijf Rotterdam trad in 2017 toe tot het North Sea Wind Power Hub-consortium. Het consortium verricht studie naar de ontwikkeling van een grootschalig, duurzaam Europees energiesysteem op de Noordzee. Het samenwerkingsverband is belangrijk voor de totstandkoming van een ‘North Sea Wind Power Hub’ in de periode na 2030. Dit project moet een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Wij participeren omdat we de groene stroom nodig hebben als havencomplex ten behoeve van de energietransitie. Daarnaast stellen we onze kennis en ervaring met landwinning graag ter beschikking.

Nieuwe windturbines Slufter

In 2017 stond voor 155,6 MW aan windturbines opgesteld, ten opzichte van 194 MW in 2016. Deze daling is voor een groot deel toe te schrijven aan de voorbereidingen door Nuon en Eneco voor de vervanging van de huidige windturbines op de Slufterdijk. De huidige zeventien windturbines maken plaats voor veertien moderne exemplaren. Het opgestelde vermogen verdubbelt daarmee van 25 naar 50 megawatt (MW). Begin 2019 moeten alle nieuwe turbines in bedrijf zijn.

Zonne-energie

De kosten voor het opwekken van zonne-energie dalen. Bedrijven benaderen het Havenbedrijf Rotterdam steeds vaker met interessante projecten op dit gebied. We gaan de komende drie jaar over tot het plaatsen van zonnepanelen op daken van ons eigen vastgoed. Bovendien nemen we deel aan andere kansrijke initiatieven. De komende drie jaar willen we elk jaar vijf MW extra opwekcapaciteit realiseren en stimuleren we onze klanten om zonnepanelen op daken te plaatsen. Een globaal onderzoek toont alleen al op daken van de distributieloodsen een potentie aan van 50-100 MW. Dat is voldoende om 15.000 – 30.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien.

Biomassa

Het Havenbedrijf Rotterdam is betrokken bij concrete projecten om de logistiek rondom biomassa geschikt te maken. Zo werken we aan investeringen in infrastructuur. Tevens zijn we betrokken bij onderzoek naar optimalisatie van de logistieke keten en optimalisatie van het gebruik van biomassa. Dit laatste gebeurt door eerst de belangrijkste stoffen uit biomassa te halen in bioraffinageprocessen alvorens het mee te stoken in de energiecentrales. Ook treden we in overleg met de overheid om de wet- en regelgeving zodanig in te richten dat de gewenste ontwikkeling zo goed mogelijk tot stand kan komen.

Schone scheepvaart

De impact van de zeevaart op de luchtkwaliteit en het klimaat staat internationaal hoog op de agenda. Omdat de zeevaart als sector niet in het Klimaatakkoord van Parijs is meegenomen, zijn alle ogen gericht op de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Deze organisatie heeft aangegeven in 2018 met een initiële strategie te komen, waarin de ambitie voor de te realiseren CO2- emissiereductie wordt vastgelegd, inclusief mogelijke maatregelen om dit te realiseren. Het Havenbedrijf Rotterdam is voorstander van een hoge ambitie, zijnde een reductie van 70 tot 100% in 2050 ten opzichte van 2008, en heeft dit standpunt bij monde van de International Association of Ports and Harbors (IAPH) bij IMO ingebracht. Binnen IMO is duidelijk gemaakt dat havens een betekenisvolle rol kunnen spelen bij de decarbonisatie van de zeevaart, bijvoorbeeld door stimulering van alternatieve brandstoffen, walstroom, logistieke optimalisatie en kortingen op het havengeld.

Schone en klimaatneutrale brandstoffen

Het Havenbedrijf Rotterdam stimuleert de schone scheepvaart met kortingen op het havengeld via de Environmental Ship Index en Green Award en promoot het gebruik van schone en klimaatvriendelijke scheepsbrandstoffen. Onze inspanningen richten zich ook op de commerciële ontwikkeling van schonere brandstoffen en het aanpassen van wet- en regelgeving die het veilige gebruik hiervan mogelijk maken. Zo zet het Havenbedrijf Rotterdam zich al enkele jaren in voor de invoering van LNG (Liquefied Natural Gas) als brandstof voor de scheepvaart. De uitstoot van CO2, NOx en SOx is bij varen op LNG lager dan bij gebruik van traditionele brandstoffen als bunkerolie en gasolie.

De Rotterdamse haven stond in 2014 als eerste in Europa het bunkeren van LNG van schip naar schip officieel toe. Van vrachtwagen naar schip was daarvoor al mogelijk. In 2017 arriveerde het eerste LNG-bunkerschip van Shell in de Rotterdamse haven. Daarmee beschikt de Rotterdamse haven over een volledige toeleveringsketen voor LNG als brandstof voor de scheepvaart. Met het sectoroverstijgende initiatief SEA\LNG zetten we ons samen met Carnival Corporation & plc, DNV GL, ENGIE, ENN, GE, GTT, Lloyd’s Register, Mitsubishi Corporation, NYK Line, Qatargas, Shell, Tote, Inc. en Wärtsilä in om het gebruik van vloeibaar aardgas als scheepsbrandstof verder te bevorderen. Binnen het programma Energietransitie werkt het Havenbedrijf Rotterdam aanvullend aan de ontwikkeling van een brede portfolio van brandstoffen die de toekomstige gedecarboniseerde transportsector gaat voorzien.

Lees meer over LNG onder Groeimarkten

Walstroom

In de Rotterdamse haven geldt een generatorverbod voor binnenvaartschepen bij openbare ligplaatsen. Hierdoor maken afgemeerde binnenvaartschepen gebruik van walstroom die zij afnemen van elektriciteitskasten op de wal. Met het beschikbaar stellen van walstroom wordt een positieve bijdrage geleverd aan de lokale luchtkwaliteit en geluidbelasting.
Voor de zeevaart beschikt onze haven momenteel over één locatie met walstroomaansluitingen, namelijk de Stenaline terminal in Hoek van Holland. Walstroom vergt echter forse investeringen aan de kant van zowel de wal als het schip. De meeste schepen worden door hun rederijen niet op vaste routes ingezet. Het is voor rederijen derhalve niet aantrekkelijk om deze investering te doen voor één of enkele havens met walstroomvoorziening. Gelet op de positieve bijdrage aan de lokale leefomgeving en het klimaat onderzoeken we de mogelijkheden om het aantal aansluitingen voor zeeschepen uit te breiden.

Werken aan de eigen footprint

We werken hard aan het terugdringen van onze eigen CO2-uitstoot. We monitoren onze CO2-footprint op basis van de ISO 14064-standaard. In 2017 maakten wij gebruik van dezelfde scope-indeling als in vorige jaren:

CO₂-footprint

Open CO₂-footprint for viewing

In kton 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Scope 1 6,4 6,1 6,1 6,0 6,2  6,8 5,9
Scope 2 0,4 0,7 0,7 0,7 0,1  0,1 0,1
Scope 3 2,4 2,4 2,4 2,4 2,5  2,7 2,7
Totaal 9,2 9,2 9,2 9,1 8,8  9,6 8,7

*   Scope 1 omvat directe emissies door het verbruik van brandstoffen. Hieronder vallen het gasverbruik en brandstofverbruik van operationele voer- en vaartuigen.
*   Scope 2 omvat de indirecte emissies gerelateerd aan elektriciteits-, energie- en stadswarmteverbruik. Hieronder valt het energieverbruik van operaties en objecten in beheer bij het Havenbedrijf Rotterdam, bijvoorbeeld bruggen, verlichting van gebouwen en publieke verlichting. Verder bestaat scope 2 uit elektriciteitsverbruik en stadsverwarming van gehuurde kantoren.          
*   Scope 3 omvat de CO2-uitstoot als gevolg van zakenvluchten en woon-werkverkeer van medewerkers.

2016 scope 1 data zijn gecorrigeerd ten opzichte van vorig jaar vanwege een correctie van het brandstofgebruik van patrouille vaartuigen. Data gerapporteerd in 2016: 6,3 kton

Voor de periode 2017-2020 streven we naar een reductie in uitstoot van 20% (ten opzichte van 2016). In 2017 was er ten opzichte van 2016 reeds een daling, met name veroorzaakt door vermindering van het brandstofverbruik van onze vaartuigen. Deze uitstoot wordt, net als in 2016, met Gold Standard emissierechten gecompenseerd. Naast het hybride maken van onze vaartuigen nemen we ons voor om in 2018 een derde van het brandstofverbruik van onze vloot uit biodiesel te laten bestaan. B100 biodiesel is een premium brandstof, waarbij er bij verbranding minder schadelijke stoffen vrijkomen ten opzichte van de huidige dieselbrandstof. Uit TNO-onderzoek blijkt dat er vooral minder uitstoot is van fijnstof (-35%). De invoering van biodiesel leidt op jaarbasis tot circa 1,5 kTon CO2-reductie in de keten. Ook ons nieuwe mobiliteitsbeleid voor personeel helpt mee om onze eigen CO2-footprint te verlagen.

Hybride vaartuigen

Onder stimulans van het Havenbedrijf Rotterdam varen steeds meer milieuvriendelijke operationele schepen in de Rotterdamse haven. Een mooi voorbeeld is de in 2017 in gebruik genomen Invotis IX van Bek en Verburg, inzamelaar van huishoudelijke scheepsafvalstoffen van de Rotterdamse haven. Het is een hybride vaartuig met een schonere motor en een kraan met knikarm, waardoor het ook dichtbij cruiseschepen met overhangende sloepen kan komen. Het inzamelen van afval gaat elektrisch.

In 2018 is de hybride RPA 8 varend te zien. Het is ons eerste nieuwbouw vaartuig sinds 2007, toen we de Surveyor 1 en 2 te water lieten. Duurzaamheid en innovatie zien we steeds meer terug in de scheepvaart. Dit geldt ook voor onze vloot, want de RPA 8 is niet het enige hybride patrouillevaartuig dat straks door de haven vaart. We bouwen ook de RPA 10 en 11 om, zodat ze binnenkort een hybride aandrijving gebruiken.