Overslag Rotterdamse haven

De goederenoverslag in de Rotterdamse haven (inclusief zeehaven Dordrecht) nam in 2017 toe met 1,3% tot 467,4 miljoen ton ten opzichte van 2016. Dit betekende een stijging van 6,2 miljoen ton. Deze toename in de overslag betreft vooral het containersegment (+12,3%), maar ook de 2,3% groei in overslag van ruwe olie droeg bij aan dit resultaat. Dit resultaat werd deels tenietgedaan door een daling van overslag bij enkele goederensoorten uit de segmenten droog- en nat massagoed, vooral bij kolen, minerale olieproducten en overig nat massagoed. Bij de goederensoorten met relatief kleinere overslagvolumes groeide de overslag van agribulk, LNG, roll-on-roll-offlading en overig stukgoed.

Bekijk meer cijfers over de overslag en de aan- en afvoer van goederen in de haven van Rotterdam onder Kerncijfers en KPI’s

  • Overslag Rotterdam per kwartaal

    Kwartaal 1Kwartaal 2Kwartaal 3Kwartaal 4
    2012110112111109
    2013109111113108
    2014109112112111
    2015117119115115
    2016117112116117
    2017119119114116

Overslag Rotterdamse haven*

Open Overslag Rotterdamse haven* for viewing

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen) 2016 2017 Verschil (aantal) Verschil (%)
Ertsen en schroot 31.229 31.166  -63  -0,2% 
Kolen

28.443

25.752  -2.691  -9,5% 
Agribulk 10.449 11.143  694  6,6% 
Biomassa 56 414  358  635,9% 
Overig droog massagoed 12.123 11.694  -429  -3,5% 
Subtotaal Droog Massagoed 82.301 80.169  -2.132  -2,6% 
Ruwe olie 101.858 104.179  2.321  2,3% 
Minerale olieproducten 88.761 79.207  -9.554  -10,8% 
LNG 1.705 1.986  281  16,5% 
Overig nat massagoed 31.195 28.911  -2.284  -7,3% 
Subtotaal Nat Massagoed 223.519 214.283  -9.236  -4,1% 
TOTAAL MASSAGOED 305.820 294.452  -11.368  -3,7% 
         
Deepsea 81.322 89.172  7.850  9,7% 
Feeder 20.471 25.389  4.918  24,0% 
Shortsea 25.270 28.082  2.812  11,1% 
Containers 127.063 142.643  15.580  12,3% 
Roll on/roll off 22.412 23.805  1.393  6,2% 
Overig stukgoed 5.881 6.456  575  9,8% 
Breakbulk 28.293 30.261  1.968  7,0% 
TOTAAL STUKGOED 155.356 172.904  17.548  11,3% 
TOTALE OVERSLAG 461.176  467.354 6.178  1,3% 
Totaal in aantallen containers 7.413.548 8.194.232  780.684  10,5% 
Totaal in aantallen TEU 12.385.168 13.734.334  1.349.166  10,9% 

*Inclusief overslag terminals noordzijde van de rivier (Hoek van Holland, Schiedam, Vlaardingen). Deze overslag betreft voor 2017 3,8% van het totale overslagvolume van de aan- en afvoer. Het bijbehorende zeehavengeld komt niet aan het Havenbedrijf Rotterdam toe en wordt daarom niet in de financiële verslaglegging meegenomen.

Droog massagoed

De aanvoer van ijzererts voor de Duitse staalindustrie bleef vrijwel constant ten opzichte van 2016. De lichte daling van de Duitse hoogovenstaalproductie werd gecompenseerd door het feit dat Rotterdam minder last had van revisies aan hoogovens in Duitsland dan in 2016. In de eerste helft van 2017 groeide de uitvoer van schroot sterk naar vooral Turkije ten behoeve van de Turkse staalindustrie. In de tweede helft van het jaar zwakte deze groei af als gevolg van ongunstige marktomstandigheden, zoals tariefschommelingen. De totale overslag van erts en schroot bleef vrijwel gelijk aan die van 2016.

De overslag van kolen daalde vooral in de tweede helft van het jaar ten opzichte van 2016. Dit was het gevolg van sluiting van de Maasvlakte Power Plant 1 & 2 kolencentrales van Uniper op de Maasvlakte. Een andere reden voor de verminderde aanvoer van kolen is de toegenomen volatiliteit in de vraag naar energiekolen. Deels veroorzaakt door hogere grondstofprijzen, maar ook vanwege de sterk wisselende productie van duurzame energie in Nederland en Duitsland, waardoor energiecentrales minder kolenvoorraden aanhouden. Een andere reden voor deze daling is de licht lagere hoogovenstaalproductie in Duitsland (zie hierboven), waardoor ook minder cokes kolen zijn aangevoerd en overgeslagen.
De overslag van agribulk steeg ten opzichte van 2016. Daarbij ging het vooral om de aanvoer van oliezaden (raapzaad en sojabonen) en mais als gevolg van lagere EU-importtarieven. Doordat de bio-raffinaderij van Alco dit jaar weer op volle capaciteit draaide, nam ook de aanvoer van graan toe.
Biomassa overslag (houtpallets) nam in 2017 toe. Vrijwel alle biomassa gaat naar de Des Awir biomassacentrale in België. De bijstook van biomassa in Nederlandse kolencentrales liep vertraging op. In januari 2018 startte de Amer 9 centrale in Geertruidenberg met de bijstook.
De overslag van overig droog massagoed daalde licht ten opzichte van 2016. Dit betrof vooral minerale grondstoffen, bestemd voor de metaal- en chemische industrie en de bouw. Compensatie van de daling vindt deels plaats door het aantrekken van de overslag van zout, waarvoor European Bulk Services (E.B.S.) een nieuwe loods bouwde.

Nat massagoed

Als gevolg van aanhoudend hoge raffinagemarges draaiden de raffinaderijen die via Rotterdam van ruwe olie worden voorzien een hoger aantal raffinageruns dan in 2016. Hiervoor is vooral in het tweede kwartaal van 2017 veel ruwe olie aangevoerd. In het derde kwartaal liep de overslag terug door onderhoudstops bij Shell en BP en door een tijdelijke productiestop bij Shell na een brandincident. Er kwam meer ruwe olie uit Rusland dan in 2016 als gevolg van aanpassing in hun exportbelastingstelsel. Hierdoor is het aantrekkelijker om ruwe olie te exporteren in plaats van stookolie.
Dit laatste is dan ook de belangrijkste reden voor een flinke daling in overslag van minerale olieproducten, waarvan stookolie voor circa 55% deel uitmaakt. Voor stookolie is Rotterdam een belangrijke ‘make-bulk’ hub, waarbij kleinere tankers (Aframax-type) stookolie uit Rusland aanvoeren en (na tijdelijke opslag) grotere tankers (VLCC’s en Suezmax type) de stookolie afvoeren. Daling van deze ladingstroom via Rotterdam heeft derhalve een dubbel effect op het overslagresultaat. De daling van stookolieoverslag (-20%) werd versterkt door een afname van het aantal ‘make-bulk’ operaties, doordat de kleinere tankers direct doorvoeren om zo snel mogelijk de eindbestemming van de stookolie te bereiken. Dit hield mede verband met de situatie van backwardation, waarin de stookoliemarkt zich in 2017 bevond. Ook werden meer grote tankers (Suezmax type) gebruikt voor het direct laden van stookolie in Rusland, waarna zij slechts werden bijgeladen in Rotterdam tot maximale deadweight capaciteit om vervolgens door te varen naar de haven van eindbestemming.
Bij de overige olieproducten trad een stijging op in de overslag van nafta (vooral gebruikt als grondstof voor chemie) en een daling van gasolie, kerosine (beide hadden een relatief hoog overslagvolume in 2016) en benzine. Een mogelijk effect van de nieuwe zwaveleisen voor bunkers volgens de nieuwe IMO regulering, verwachten we pas in 2019 en is dus nog niet terug te vinden in de cijfers voor 2017.
De LNG-overslag in Rotterdam maakte een duidelijke sprong voorwaarts met een groei van 16,5% ten opzichte van 2016. Deze stijging betrof voornamelijk de toename in aanvoer van LNG voor regassification en invoer in het gasnet in Nederland.
De overslag van overig nat massagoed daalde, ondanks de toename van de overslag van biobrandstoffen, plantaardige en dierlijke oliën en vetten en chemische producten. De daling betrof overige goederensoorten binnen de groep overig nat massagoed.

Containers

De overslag van containers steeg sterk in zowel de deepsea- en feedermarkt als in de shortseamarkt. Deze toename betrof vooral de Azië–Europa-diensten en was een duidelijk gevolg van de consolidatieontwikkeling in de containerindustrie. Nieuw gevormde grote allianties zetten op deze diensten steeds grotere containerschepen in. Binnen deze ontwikkeling nam de concurrentiepositie van de haven van Rotterdam toe vanwege de gunstige ligging en nautische capaciteiten, maar ook door de toename van beschikbare terminalcapaciteit. De productiviteitstoename van de nieuwe containerterminals op Maasvlakte 2 droegen hieraan in belangrijke mate bij. De groei van de deepsea-overslag nam gestaag toe per kwartaal: van 6,1% in het eerste tot 13,6% in het vierde kwartaal. Het transhipmentvolume naar en vanaf feederschepen groeide het hardst (+21,3% in TEU) als gevolg van de versterking van de positie van Rotterdam als transhipmenthaven voor diverse andere havens in Noordwest-Europa en vooral in de landen aan de Oostzee.
De deepsea-overslag van de diensten op Noord-Amerika liet een lichte daling zien; die op Zuid- Amerika een flinke stijging, met name in de afvoer van lading.
De overslag op de shortseadiensten (binnen Europa) was gedurende het gehele jaar hoger dan die in 2016. De groei was het sterkst op de diensten op Scandinavië en de Oostzeelanden, vooral Rusland. Dit laatste is grotendeels het gevolg van economisch herstel in deze landen, waardoor de import en export van goederen sterk toenamen. Ook op de diensten op Spanje/Portugal en de Middellandse zeelanden liet de overslag een stijging zien door economische groei en de start van nieuwe diensten. De overslag op de diensten op UK en Ierland bleef beperkt tot een lichte groei, vooral in de aanvoer van goederen. De reden voor deze stagnatie betreft daling van de waarde van het Britse pond en toename van inflatie, en dus daling van de koopkracht in UK.

Roll-on-roll-off

De overslag in de roll-on-roll-offsector lag net als bij de shortseacontaineroverslag gedurende het grootste deel van het jaar boven het niveau van 2016. Deze groei betrof de RoRo-diensten op UK, ondanks de negatieve economische ontwikkelingen, zoals hierboven aangegeven. Ook de diensten op Spanje/Portugal en Scandinavië groeiden. De stijging was mede het gevolg van het feit dat de start van een aantal nieuwe RoRo-diensten op Spanje, Portugal en Scandinavië in 2016 pas in het vierde kwartaal plaatsvonden. Hierdoor was de groei in 2017 in vooral het eerste en derde kwartaal hoger dan in het vierde kwartaal.

Overig stukgoed

De overslag van overig stukgoed liet over 2017 een flinke groei zien. De groei was in de eerste helft van het jaar het hoogst door een tijdelijk hogere aanvoer van brammen voor de staalfabrieken van HKM in Duisburg (in verband met reparatie/onderhoud van de hoogovens van HKM) en de oplevering en afvoer van een groot aantal monopiles voor de offshore windindustrie. In de tweede helft van het jaar sloeg de groei om in krimp ten opzichte van 2016, doordat juist in de tweede helft van 2016 de overslag toenam in verband met een stijgende aan- en afvoer van halffabricaten uit de sectoren Staal en Non Ferro-metalen. De stijging viel in de loop van het vierde kwartaal van 2016 weer weg en herhaalde zich niet in 2017.