Bereikbaarheid

Het Havenbedrijf Rotterdam is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, aanleg, beheer en exploitatie van het haven- en industriegebied. De bereikbaarheid hoort daarbij. Wij zetten ons in om het haven- en industriecomplex via alle modaliteiten snel en betrouwbaar bereikbaar te houden.

Beter benutten en optimaal investeren

Een betere bereikbaarheid van de Rotterdamse haven zorgt voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat, minder fileleed voor de bewoners van de regio en verbetering van de logistieke efficiëntie voor onze klanten. Als de beschikbare infrastructuur niet in staat is om de marktvraag op het gebied van achterlandtransport te faciliteren, kan dit in en rond de haven tot congestie leiden. Voor ons is dit een toprisico.

We ontwikkelen en verbeteren de bereikbaarheid via binnenvaart, spoor, weg en pijpleiding. Dit doen we onder andere door ervoor te zorgen dat we de bestaande infrastructuur optimaal benutten (capaciteitsmanagement) en door (samen met andere partijen) te investeren in bestaande en nieuwe infrastructuur. De inzet van slimme informatiesystemen en de uitwisseling van data tussen verschillende ketenpartijen helpt ook bij het vergroten van de transparantie en optimale inzet van de bestaande infrastructuur.

De filedruk rondom Rotterdam bleef in 2016 gelijk aan die in 2015, bleek uit de TomTom Traffic Index van 2016. Deze index werd in 2017 gepubliceerd. Met een gemiddelde extra reistijd van 19%, was de filedruk rond Rotterdam een stuk beter dan die van havensteden Antwerpen en Hamburg. Daar bedroeg de gemiddelde extra reistijd respectievelijk 30 en 33%.

Modal split

Samen met onder andere onze Havenvisiepartners en klanten hebben we afspraken over de modal split. Dit is de verhouding tussen het aandeel containers dat via de weg of via andere modailiteiten, zoals het spoor en de binnenvaart de Maasvlakte verlaat. Met een ‘modal shift’ benoemen we een verschuiving van vervoer over de weg naar de modaliteiten binnenvaart en spoor. Dit is noodzakelijk om groeiende goederenstromen naar het achterland ook in de toekomst te kunnen blijven verwerken. Daarnaast waren deze afspraken ten tijde van de aanleg van Maasvlakte 2 nodig om aan de toen geldende luchtkwaliteitsnormen in en rond de haven te voldoen.

Verladers, logistieke dienstverleners of rederijen kiezen zelf welke achterlandmodaliteit ze gebruiken. Met een deel van de bedrijven maakten we afspraken. We spannen ons in om samen met marktpartijen de afhandeling van de modaliteiten spoor en binnenvaart in de haven te verbeteren en eventuele knelpunten op te lossen. Voorbeelden hiervan zijn onze inspanningen ter verbetering van de afhandeling van de binnenvaart (Nextlogic, Werkgroepen met de binnenvaart, informatievoorziening via het Binnenvaart Ligplaatsen Informatie Systeem (BLIS) en de routeplanner Riverguide), de aanleg van nieuwe ligplaatsen, onder andere langs het Calandkanaal, benutten van spoor (PortShuttle) en de voorgenomen aanleg van de Container Exchange Route (CER). Daarnaast werken we samen met Rijkswaterstaat en ProRail aan een goede afstemming bij brugbediening om voor alle modaliteiten een zo vlot en betrouwbaar mogelijke reistijd te realiseren.

In het spoorproduct van Rotterdam speelt PortShuttle een belangrijke rol. Wij namen in 2017 deze spooroperator over van De Boomgroep. PortShuttle verzorgt dagelijks twee treinomlopen door de haven waarop klanten containers kunnen boeken om deze van de ene terminal naar de andere te brengen.

Maatregelen tegen wachttijden bij binnenvaart

In 2017 waren er door verschillende omstandigheden langere periodes waarin de wachttijden voor het bargeverkeer bij de terminals opliepen naar bovengemiddelde niveaus. Zo beleefden de Rotterdamse containerterminals in 2017 een sterke groei in de overslag (+12,3%) en regelden de containerterminals in april onder meer de nieuwe vaarschema’s van de allianties in. Een cyberaanval bij twee terminals in juni zorgde ervoor dat daar anderhalve week nauwelijks containers geladen en gelost konden worden.

Diverse binnenvaart- en transportorganisaties uit binnen- en buitenland trokken in de zomer bij het Havenbedrijf Rotterdam aan de bel over de in hun ogen te lange wachttijden in de Rotterdamse haven. Op uitnodiging van het Havenbedrijf Rotterdam maakten op 8 september 2017 Nederlandse, Duitse en Zwitserse vertegenwoordigers van verladers, expediteurs, barge-operators, inland-terminals, containerterminal operators en reders constructieve afspraken over de efficiëntere afhandeling van de containerbinnenvaart in de logistieke keten van en naar Rotterdam. Alle betrokken ketenpartijen werken samen in drie werkgroepen aan oplossingen op de korte termijn (operationeel), aan afspraken op de middellange termijn (procedures) en aan een onderzoek naar de hele container barge supply chain (relaties partijen, oorzaken congestie en mogelijke oplossingen) dat begin 2018 gereed is. Op 3 november 2017 zijn de eerste resultaten aan de betrokken stakeholders teruggekoppeld en afspraken gemaakt over het vervolg in 2018.

Tevens heeft het Havenbedrijf Rotterdam een incentiveregeling beschikbaar gesteld ter financiering van initiatieven uit de markt die op korte termijn een bijdrage kunnen leveren. Marktpartijen dienden in 2017 zes voorstellen in die door een review committee worden beoordeeld en geselecteerd en in 2018 kunnen starten. Tegelijkertijd monitoren we met de vorig jaar ontwikkelde Barge Performance Monitor de ontwikkeling van de afhandelingstijden, in nauwe samenwerking met de grootste container barge operators die vanuit onze haven vervoer naar het achterland verzorgen.

Container Exchange Route

Om de uitwisseling van containers tussen de verschillende containerterminals op de Maasvlakte efficiënter te laten verlopen, investeert het Havenbedrijf Rotterdam in de Container Exchange Route (CER).

Lees meer over de CER onder Groeimarkten

Autonoom transport

In 2016 organiseerde Nederland de European Truck Platooning Challenge, met het Havenbedrijf Rotterdam als een van de samenwerkende partners. Bij truck platooning rijden twee of drie trucks met een wifi-verbinding in colonne. Daardoor kunnen de trucks op korte afstand van elkaar rijden. Zo komt er ruimte op de weg vrij voor andere voertuigen, ontstaat er een betere doorstroming en besparen de deelnemers op brandstof.

Er komt een vervolg. Logistieke bedrijven identificeerden kansrijke routes voor truckplatooning, waaronder een aantal vanaf de Rotterdamse haven. Er volgen meer praktijkproeven. De Metropoolregio Rotterdam-Den Haag streeft vanuit de Roadmap Next Economy voor 2020 een schaalvergroting na van 200 platooning trucks per dag. Rotterdam is een voor de hand liggende plaats om grootschalige platooning-projecten te realiseren. Dit komt door de grote dichtheid aan achterlandbewegingen vanuit de haven per truck en door de aanwezigheid van op innovatie gerichte spelers.

Investeren in knelpunten

Om economische groei te kunnen blijven faciliteren en stimuleren, zetten we samen met het Rijk in op een aantal belangrijke bereikbaarheidsprojecten. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van de haven als vestigingsplaats en de bereikbaarheid in en rond de haven voor de verschillende modaliteiten. Concreet gaat het om de Blankenburgtunnel, het Theemswegtracé, de verdieping van de Nieuwe Waterweg en de Botlek, de Suurhoffbrug, de A15-corridor en de snelweg Ruit van Rotterdam. Al deze projecten zijn onderdeel van het MIRT besluitvormingsproces en deels al in uitvoering. Daarnaast vindt het Havenbedrijf Rotterdam dat er meer (beleidsmatige) aandacht voor buisleidingen nodig is. Deze modaliteit kan een belangrijke rol spelen als drager van de energietransitie. Het Rijk brengt de kansen, mogelijkheden en toekomstige potentiële vraag naar buisleidingentransport in kaart.

Verdieping Nieuwe Waterweg en de Botlek

Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam gaan de Nieuwe Waterweg en de Botlek verdiepen. Het gaat om een verdieping van anderhalve meter over een afstand van 25 kilometer tussen Hoek van Holland en de Beneluxtunnel en de aansluitende Botlekhaven. Dit is nodig om de bereikbaarheid van de Botlekhavens voor zeeschepen met een grote diepgang te verbeteren. Dit biedt ons een belangrijk voordeel ten opzichte van de havens van Antwerpen en Hamburg. Ook voor de bedrijven in de Botlek betekent de verdieping een verbetering van hun concurrentiepositie.
Het Havenbedrijf Rotterdam neemt de kosten van de verdieping van de Botlek en de andere havenbekkens voor zijn rekening. Rijkswaterstaat zorgt voor de verdieping van de vaarweg en de Nieuwe Waterweg.
In 2017 zijn de voorbereidingen gestart. Naar verwachting start de uitvoering van de baggerwerkzaamheden voor de verdieping in maart 2018. De werkzaamheden duren ongeveer zes maanden.

Theemswegtracé

Met de aanleg van het Theemswegtracé vergroten we de bereikbaarheid van de Maasvlakte via het spoor. Dit tracé moet in 2021 de Calandbrug vervangen. Het Theemswegtracé behelst een verlegging van de Havenspoorlijn, het eerste deel van de Betuweroute. Dit gebeurt over een lengte van ongeveer vier kilometer. Hierdoor gaat de spoorlijn straks niet meer over de Calandbrug en hinderen scheepvaart en spoorverkeer elkaar vanaf 2021 niet langer. In 2017 stelde de minister van Infrastructuur en Milieu het tracébesluit vast en startte het Havenbedrijf Rotterdam de aanbesteding. In 2017 vonden ook conditionerende werkzaamheden plaats, zoals het verleggen van de Stamlijn en het verplaatsen van kabels en leidingen. We verwachten het definitieve Tracébesluit in 2018.

Aandacht voor knelpunten op de weg

Het eerste deel van 2017 liet een groei zien in het via de weg afgevoerde containervolume. Het Havenbedrijf Rotterdam blijft streven naar een groei van vervoer per spoor en binnenvaart. Wegvervoer blijft belangrijk, zeker omdat twee derde van alle ritten in de haven en de regio Rotterdam blijft. Het Havenbedrijf Rotterdam blijft zich inzetten voor doorstroming in de regio. Via samenwerkingsverbanden als de Verkeersonderneming en Bereik! werken we aan het sneller afhandelen van incidenten, het optimaal benutten van doorgaande wegen door verkeersmanagement, het verhogen van de beladingsgraad van vrachtwagens en het verleiden van automobilisten om een andere wijze van vervoer te kiezen. De A15 tussen Gorinchem en Papendrecht is een groot knelpunt in de achterlandverbinding.
Op 6 december 2017 kwam voor de eerste maal het bestuursoverleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) goederenvervoercorridors bijeen. Dit is een bestuurlijk overleg tussen de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de gedeputeerden van de provincies Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg en het Havenbedrijf Rotterdam. Het was het eerste bestuurlijk overleg dat speciaal gericht was op het goederenvervoer: met name de goederencorridors Oost (Waal/Betuweroute/A15) en Zuidoost (Rotterdam-Breda-Tilburg-Venlo en verder), de twee belangrijkste achterlandcorridors van de Rotterdamse haven. De minister van Infrastructuur en Waterstaat sprak met regionale bestuurders af dat in de zomer van 2018 een MIRT-verkenning start naar de aanpak van knelpunt A15. Het Havenbedrijf Rotterdam is daar nauw bij betrokken.

Verder is met Transport en Logistiek Nederland (TLN) een overeenkomst gesloten om een platform te realiseren waar transporteurs in de containersector anoniem vrachtwagenlocaties delen. Door actuele GPS-gegevens uit boordcomputers te combineren, ontstaat inzicht in waar in de haven afhandeltijden oplopen en kunnen planners ritten daarop aanpassen. Dit moet leiden tot een hogere efficiëntie.
Het Havenbedrijf Rotterdam realiseerde het openbaar vervoer transferium op de Maasvlakte. Hierdoor kunnen werknemers in de haven met andere middelen van vervoer dan de auto naar hun werk reizen.