Voldoende investerend vermogen

Om blijvend in staat te zijn om als ondernemende ontwikkelaar te investeren in de haveninfrastructuur en in te spelen op de kansen die de energietransitie, digitalisering en innovatie met zich meebrengen, is voldoende investerend vermogen voor het Havenbedrijf Rotterdam belangrijk. Met voldoende investerend vermogen zijn wij in staat om onze investeringsambities te ontwikkelen en te realiseren. De financiële ruimte om te kunnen investeren, is onder andere afhankelijk van de operationele opbrengst- en kostenontwikkeling, het rendement op onze investeringen, de omvang van ons investeringsportfolio (gepland, in realisatie en voltooid) en de afspraken met eigen en vreemd vermogensverschaffers.

Vermogenspositie

In 2017 zijn wij in staat geweest om onze vermogenspositie verder te versterken. De netto-omzet nam toe tot meer dan 700 miljoen euro (+4,6%) door toename van de overslag en indexering van lopende contracten. Ook het afsluiten van nieuwe contracten en herziening van bestaande contracten, leverden een positieve bijdrage aan de omzet.
We hebben onze going concern kostenontwikkeling weten te matigen door kritisch te zijn op onze interne kostenontwikkeling en keuzes te maken in onze activiteiten. Door onze bijdrage aan de in 2016 gesloten Sociale Dialoog en het intensiveren op onze strategische thema’s energietransitie, digitalisering en innovatie zijn de totale kosten toegenomen (+9,3%).

Focus op strategische thema’s

In 2017 maakten we extra budget vrij voor onze strategische thema’s. Het doel achter deze budgetruimte is de kansen die de strategische thema’s voor de Rotterdamse haven bieden, versneld te ontwikkelen. Het effect is zichtbaar door projecten als grootschalige CO2-afvang en -opslag, ontwikkeling van open infrastructuur voor transport van restwarmte en diverse oplossingen voor de verbetering van de supply chain en havenoperatie, zoals Pronto.

Investeringsportfolio

In 2017 investeerden we 213,8 miljoen euro. Deze investeringen zien toe op de ontwikkeling van infrastructuur voor onze nieuwe en bestaande klanten en de ontwikkeling van het publieke deel van het Rotterdamse havencomplex. Investeringen voor nieuwe en bestaande klanten leiden tot een direct financieel rendement. Voor de investeringen in het publieke domein is dit niet het geval. Wij bewaken de balans tussen beide. In 2017 was het aandeel publieke investeringen 41%; dat is meer dan het langjarige gemiddelde. Ons investeringsportfolio is goed gevuld. Met een omvang van meer dan één miljard euro voor de komende vijf jaar is het noodzakelijk in de voorselectie de meest belovende ideeën prioriteit te geven.
De haven van de toekomst draait om het realiseren van plannen die verder gaan dan infrastructurele ontwikkelingen; het gaat ook om commerciële digitalisering, energietransitie, (inter)nationale allianties en nieuwe verdienmodellen. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft ambitieuze doelstellingen op deze gebieden. Er zijn kansen en ons portfolio wordt hierdoor rijker en ook complexer. Structuur, transparantie en prioritering is noodzakelijk voor deze ideeën. Daarom intensiveerden we in 2017 de voorselectiefase, voorafgaand aan het feitelijke realisatieproces.

Nettoschuld ten opzichte van EBITDA stabiel en kleiner dan 2

Het Havenbedrijf Rotterdam ambieert de financiële positie passend bij een A-rating om de investeringsambities waar te maken en bij onverwachte tegenwind bedrijfsactiviteiten te kunnen blijven uitvoeren. De belangrijkste financiële ratio’s die wij volgen zijn: nettoschuld ten opzichte van de EBITDA, de solvabiliteit, de debt service coverage ratio en de operationele kasstroom om bestaande verplichten na te komen. Deze ratio's zijn dit jaar stabiel.

Vennootschapsbelasting

Met het besluit van de Europese Commissie dat Nederlandse zeehavens met ingang van 1 januari 2017 vennootschapsbelasting moeten betalen, is het effect hiervan voor het Havenbedrijf Rotterdam over 2017 voor de eerste keer zichtbaar. In 2017 voerden we diverse keren overleg met de Belastingdienst over de totstandkoming van de fiscale openingsbalans. Helaas leidde dat nog niet tot overeenstemming op de fiscale openingsbalans. Dat leidt ertoe dat het Havenbedrijf Rotterdam voor de initiële bepaling van de belastinglast heeft gekozen voor toepassing van het tarief van 25% over het commerciële resultaat. Dat levert een last op van 60,4 miljoen euro. Het feit dat er nog geen fiscale openingsbalans is, leidt er tevens toe dat nog geen belastinglatentie is verwerkt. In 2018 zetten we de gesprekken met de Belastingdienst voort met als doel zekerheid te krijgen over de financiële impact op de vermogenspositie.